Voedselhulp en sociaal beleid in Europa

De spanning tussen koude en warme solidariteit

UCSIA organiseerde, i.s.m. het Centrum voor Sociaal Beleid van UAntwerpen, een conferentie over het sociaal beleid van de EU. Daaraan namen 65 onderzoekers en praktijkexperts deel. Ook het SCRIBANI-netwerk, bestaande uit een 15-tal jezuiëtenorganisaties actief in sociaal basiswerk en onderzoek, was vertegenwoordigd.

Daarbij werd de spanning tussen ‘warme’ en ‘koude’ solidariteit uitgespeeld als trigger voor een reflectie over de nood aan een expliciet Europees sociaal beleid. Lokale basiszorg, zoals voedselhulp, veelal gedragen door vrijwilligers, om de onmiddellijke noden van toenemende verpaupering, voornamelijk in stedelijke kernen, te lenigen, wordt afgezet tegen structurele mechanismen van herverdeling, gereguleerd door nationale overheden, die blijkbaar niet voldoen om de toenemende armoede te kenteren.

De EU ondersteunt het lokale niveau via de FEAD, het Fonds voor Europese Steun aan de Minstbedeelden, terwijl het subsidiariteitsprincipe voorrang geeft aan het nationale niveau boven het supranationale in deze materie. De vraag die rijst is of de EU geen grotere rol moet opnemen in de structurele aanpak van deze problematiek, zelfs als ze slechts een richtinggevende functie heeft.

In hoeverre kan lokale actie mee bijdragen tot het vormgeven van de rol van de EU op vlak van sociaal beleid en vice versa en hoe vindt dit ingang op niveau van de lidstaten? Heeft het zin dat de EU de lokale initiatieven helpt in stand houden of zou ze zich beter richten op het stimuleren van het sociale beleid op niveau van de nationale overheden? Is het een of/of verhaal of een en/of verhaal? De recente richtlijnen van de Europese Pijler voor Sociale Rechten (EPSR) bieden een nieuw aanknopingspunt om het Europese sociale beleid te stimuleren en de armoedeproblematiek daadwerkelijk aan te pakken.

Binnen dit spanningsveld brachten sprekers van diverse achtergronden en perspectieven hun visie.

Noodhulp onder protest

Download hier gratis de gebundelde teksten.

De conferentie werd geopend met een filosofische bespiegeling van de voorzitter van het SCRIBANI-netwerk, politiek filosoof Patrick Riordan. Hij bracht de notie van de ‘common good’ uit de traditie van de Katholieke Sociale Leer binnen, alsook het concept van ‘friendship’ van Aristoteles. Aliënatie van instellingen, die als koud en afstandelijk worden ervaren, moet overbrugd worden door het engagement van medeburgers die zorg willen dragen voor de gemeenschap vanuit een bekommernis ingegeven door betrokkenheid. Toch mag bottom-up engagement, in weerwil van het subsidiariteitsbeginsel (als problemen op een lager beleidsniveau kunnen opgelost worden, bestaat de taak van hogere instanties in het faciliteren van lokale autoriteiten), niet leiden tot excuus om de problemen niet structureel aan te pakken. De thematiek van de conferentie past perfect in de missie van het SCRIBANI-netwerk dat 15 jaar geleden werd opgericht om de reflectie over de sociale constructie van Europa te stimuleren.

Voormalig EU commissaris voor sociale zaken, Laszlo Andor, verwelkomt de conferentie in het licht van de huidige begrotingsbesprekingen van de EU. Het budget van het FEAD-fonds, dat hij mee heeft gecreëerd (het betrof de omvorming van een instrument om landbouwoverschotten te herverdelen tot fonds ter ondersteuning van voedselbanken), beloopt 3,8 miljard euro (over de periode 2014-2020) en riskeert nu ingebed te worden in het Europees Sociaal Fonds (ESF+), dat meer is toegespitst op arbeidsregulering, met afbouw van middelen voor directe armoedebestrijding tot gevolg. Solidariteit is een waarde die in vele basisteksten van de EU wordt gebezigd, maar veel minder aandacht krijgt dan waarden als de rechtsstaat. De moeilijkheden om armoede in kaart te brengen helpen ook niet om het thema op de agenda te zetten. Dankzij Thomas Piketty, Paus Franciscus en President Obama heeft het toch weer aan gewicht gewonnen in het publieke debat.

Laszlo Andor

Laszlo Andor

Voormalig EU Commissioner voor werkloosheid, sociale zaken en inclusie

Frank Vandenbroucke

Frank Vandenbroucke

Professor economisch en sociaal beleid aan de Universiteit van Amsterdam en houder van de leerstoel "Herman Deleeck” aan de Universiteit Antwerpen

Professor Sociaal Beleid, Franck Vandenbroucke, stelde de vraag of de FEAD past in de missie van de EU. Moet de EU in plaats daarvan niet een Sociale Unie nastreven en hoe dan? De EU is een faciliterende instantie die de lidstaten in tijden van crisis een stabiliserende omgeving verschaft en de ontwikkeling van de Europese welvaarstaten stimuleert d.m.v. gedeelde sociale standaarden en objectieven, waarbij de realisatie in handen blijft van de lidstaten. Decentralisatie en subsidiariteit vormen de uitgangsprincipes. FEAD past hier niet in. Het belichaamt wel de zorg van burgers voor burgers, maar is het geen symbolisch ‘lapje voor het bloeden’? De EU kwam tot stand vanuit interstatelijke solidariteit en het model, dat in eerste instantie economische convergentie nastreefde in de overtuiging dat het sociale beleid daaruit wel zou voortvloeien, heeft gewerkt tot het midden van de jaren 2000 (cf. spectaculaire heropleving van de Ierse economie en de ondersteuning van de Oost-Europese lidstaten via het conversiefonds), maar sinds de financiële crisis is het duidelijk dat meer inspanning vereist is op sociaal vlak, als we de volgende crisis het hoofd willen kunnen bieden. De nieuwe EU commissaris blijkt er werk van te willen maken door de concretisering van de 20 richtlijnen van de EPSR als specifiek werkpunt in haar beleidsverklaring op te nemen. Er moet dan ook tegenwind komen tegen de duidelijke trend van toenemende armoede in alle EU-lidstaten.

CSB-onderzoeker Johanna Greiss bracht de werking van FEAD feitelijk in kaart. Het is een instrument in de strijd tegen armoede, maar promoot tegelijkertijd sociale cohesie (type I). Het is bedoeld voor voedselbedeling (80%) maar omvat ook andere materiële en niet materiële ondersteuning (20%), zoals kleren en huishoudartikelen of advies in budgetbeheer en psychologische hulp. Het kan ook aangewend worden voor maatregelen op vlak van sociale inclusie, zoals de betaling van begeleiders en gezondheidszorg (type II). Enkel Duitsland, Denemarken, Nederland en Zweden wenden het daarvoor aan.

Het wordt besteed in co-financiering; de lidstaten leggen ook bij ten bedrage van minstens 15%. De grootste afnemers zijn Italië en Spanje, gevolgd door Frankrijk, Polen, Roemenië en Griekenland. Het aandeel van België, waar het uitsluitend aan voedsel wordt uitgegeven, is bescheiden. FEAD budgetten staan in de armere landen voor bijna 20% van het sociaal budget van de overheid.

Het profiel van de afnemers bestaat voor 50% uit vrouwen (vaak alleenstaand met kinderen), 10% migranten en 10% ouderlingen, 5% daklozen en 5% mindervaliden. FEAD afschaffen zou grote consequenties hebben omdat het in vele landen de belangrijkste bron vormt voor voedselvoorziening aan armen die nergens anders terecht kunnen.

Johanna Greiss

Johanna Greiss

Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Bérénice Storms

Bérénice Storms

Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Het recht op ‘adequaat’ voedsel is vermeld in de EPSR (richtlijn 14), vult CSB-onderzoekster Bérénice Storms aan, maar wat dienen we te verstaan onder ‘adequaat’? De kwaliteit van het aanbod, de toegankelijkheid binnen de grenzen van een leefloon? De EU ontwikkelt een sociaal scorebord om de vooruitgang te meten, maar welke indicatoren gebruik je daarvoor? Storms heeft een pilootproject ontwikkeld naar de samenstelling van voedselmanden in Europese steden. Daaruit blijkt dat gezond voedsel tot 50% van het leefloon kan bedragen. Van de rest moet nog de huisvesting bekostigd worden. Ook daarnaar is een vergelijkende studie gemaakt op de sociale en private huurmarkt. De huurprijzen brengen het voedingsbudget sterk in de verdrukking en voor gezondheidszorg schiet er geen budget meer over.

Als verantwoordelijke van de Federale dienst voor Maatschappelijke Integratie, die het Belgische FEAD-budget beheert, confronteert Alexander Lesiw het publiek met de uitspraak van de voormalige VN rapporteur voor het recht op voedsel, Olivier De Schutter: liefdadige voedselverstrekking is een pleister op de gapende wond van systematische ongelijkheid in onze samenlevingen. Lesiw is het er niet mee eens, omdat hij FEAD binnen een bredere visie plaatst; het draagt bij tot de realisatie van fundamentele sociale rechten en vraagt om respect voor de kwetsbare medemens.

Het voedsel dat wordt aangekocht met het FEAD budget (8.000 ton voor 13 miljoen euro per jaar) wordt door 358 OCMW’s en 419 partner-NGO’s uitgedeeld (overwegend door vrijwilligers) aan 300.000 mensen in armoede. De grootste doelgroep zijn alleenstaande ouders er zijn ook werkenden die niet rondkomen met hun salaris. En dat terwijl Belgen jaarlijks 88 miljoen ton voedsel wegwerpen (de Nationale Loterij subsidieert dan ook 88 projecten tegen voedselverspilling).

In de daaropvolgende uitwisseling met de zaal kwamen nog andere bezorgdheden aan het licht. We moeten ons ervoor hoeden een welvaarstaat met twee versnellingen of verschillende klassen burgers te creëren. We trachten directe noden van behoeftigen te lenigen, zonder de oorzaak van hun situatie aan te pakken. Voedselbedeling is de laatste toevlucht voor mensen die al een lang traject in armoede hebben afgelegd en ook nood hebben aan sociale reintegratie.

Alexandre Lesiw

Alexandre Lesiw

President a.i. Federal Public Planning Service Social Integration PODMI

Herwig Verschueren

Herwig Verschueren

Professor Europees sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksgroep 'Overheid en Recht'

Professor Rechten, Herwig Verschueren, licht de EPSR toe. Onder de Commissie Juncker heeft Commissaris voor Sociale Zaken, Marianne Thijssen, gewerkt aan het Europese sociale beleid met de EPSR, die op 17 november 2017 op de top in Götenburg werd gelanceerd, als resultaat. Dit gebeurde in een context van toenemende kritiek op het sociale deficit van de EU. Het is een mengeling van 20 niet afdwingbare principes en rechten door de lidstaten te implementeren, die getuigt van een politiek engagement op het hoogste niveau. Het focust op gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt en eerlijke arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming en inclusie. Het gaat uit van het niet-discriminatie-principe om een welvaartstaat met ongelijke burgers te voorkomen. De principes die belangrijk zijn voor een sociaal beleid zijn 6 (minimumlonen), 12 (sociale bescherming), 14 (leeflonen), 15 (pensioenen), 16 (gezondheidszorg) en 19 (huisvesting). FEAD ondersteunt de principes 14 en 19. Er zijn al aanzetten tot operationalisering met directieven over werk-leven balans (ouderschapsverlof), transparantie in werkcondities, aanbevelingen op vlak van sociale zekerheid voor zelfstandigen, de oprichting van een nieuwe Europese Arbeidsauthoriteit. De EPSR draagt bij tot de ‘socialisering’ van het ‘Europees Semester’ een periodieke maatstaf die de socio-economische vooruitgang van lidstaten meet en geeft aanleiding tot een nieuw meetinstrument: het sociale scorebord. Het stimuleert de reflectie over een Europees herverzekeringsinstrument voor werkeloosheid (waarbij lidstaten bijdragen om elkaar bij te staan bij groeiende werkeloosheid). De nieuwe Commissie von der Leyden heeft een nieuwe Commissaris voor Sociale Zaken, Nicolas Schmit, aangesteld die een actieplan moet voorbereiden, maar de implementering zal op niveau van de lidstaten moeten gebeuren. Het is alvast een goed instrument op naar te verwijzen bij lobbyactiviteiten.

Stijn Oosterlynck van het onderzoekscentrum voor sociale innovatie (CRESC, UA) pleit voor een onderscheid tussen een aanpak gebaseerd op noden en een aanpak gebaseerd op rechten i.p.v. de oppositie tussen koude en warme solidariteit, waarbij het eerste eerder slaat op de afstandelijke nationale overheid en het andere op het directe lokale. Dit onderscheid is gebaseerd op een dubbele redenering: op welk niveau organiseren we solidariteit en wat is de aard van de solidariteit? Wat is de plaats van het Europese niveau? Bovendien kan ‘koude’ solidariteit ook warm zijn en omgekeerd (cf. ‘warme’ persoonsvolgende budgetten voor mindervaliden van overheidswege tegenover negatieve gevoelens die voedselbanken ook oproepen). Voor Oosterlynck is een op noden gebaseerde aanpak (m.i.v. liefdadigheid) wat we hier ‘warme’ solidariteit noemen en slaat ‘koude’ solidariteit op sociaal burgerschap en de rechten en plichten die daaruit voortvloeien. Sociale rechten kunnen juridisch worden omschreven, maar ook sociologisch als ‘sociaal onderhandelde menselijke noden’. Door sociale noden in het publieke debat te bespreken kunnen zij aanleiding geven tot sociale innovatie en eventueel ook juridisch vorm krijgen als recht. De case van de voedselbanken toont aan dat er meer meespeelt dan we op het eerste gezicht onderkennen: er is een vorm van institutionele vernieuwing met inmenging van de EU gericht op legitimatie van haar sociaal beleid en haar landbouwpolitiek (gegeven de oorsprong van het FEAD fonds) en het verleent de mogelijkheid om nijpende noden in publiek debat te brengen en zo op de politieke agenda te krijgen, alhoewel dit te weinig gebeurd (met uitzondering van enkele organisaties zoals het Platform Noodhulp onder Protest).

Stijn Oosterlynck

Stijn Oosterlynck

Directeur Centre for Research on Environmental and Social Change (CRESC), Universiteit Antwerpen

Bea Cantillon

Bea Cantillon

Directeur Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

CSB-directeur, Bea Cantillon, concludeert, als medeorganisator van dit initiatief, dat voedselbanken vandaag een belangrijk instrument zijn in de bestrijding van armoede, daar waar men 40 jaar geleden, toen zij aan haar studies begon, geloofde dat de welvaartstaat armoede zou uitwissen. Nooit had zij gedacht nog onderzoek te moeten doen naar dat soort fenomenen.

Kan FEAD helpen een meer structurele aanpak, uitgedrukt in de EPSR, helpen realiseren? Misschien kan het bijdragen tot de realisatie van meer sociale rechten en een impuls zijn om de sociale zekerheid bij te sturen?

Koude en warme solidariteit, noden en rechten; hoe brengen we ze in evenwicht?

Wat moet de rol van de EU zijn: de lidstaten bijstaan in een systemische aanpak en lokale initiatieven aan de basis steun verlenen?

Meer onderzoek is nodig om na te gaan of:

  1. of voedselhulp bijdraagt tot het leningen van financiële armoede en in hoeverre FEAD daarin helpt
  2. hoe de uitvoering van FEAD geïnstitutionaliseerd wordt in nationale structuren

Is FEAD een instrument dat de ESPR mee kan helpen realiseren? Als het niet wordt ingebed in een groter structureel geheel riskeert het als excuus te worden gebruikt door nationale overheden om verder geen werk meer te maken van sociale bescherming als recht.

In het afsluitend panel, verwoordden praktijkexperts hun visie op de zaak.

Judith Tobac van het Belgisch Anti-Armoede Netwerk stelde dat warme solidariteit een indicatie geeft van waar de overheid faalt. Ons sociaal vangnet vertoont steeds meer gaten. Gezien armoede niet hoog op de politieke agenda staat is het essentieel om de stemmen van de betrokkenen te versterken.

Thijs Smeyers van Caritas, trad haar bij in het feit dat er naast verlening van noodhulp ook aan belangenbehartiging moet worden gedaan.

Anne Van Lancker van het Europees Netwerk voor een Minimuminkomen noemt voedselhulp de kanarie in de kolenmijn. Er is iets mis met ons concept van menselijke waardigheid. Zij pleit voor een meer bindend Europees kader gebaseerd op sociale rechtvaardigheid.

Edmond Grace van het Jesuit European Social center, werkt rond voedselverspilling en ziet daarin een middel om burgers te laten nadenken over de voedsel- en armoedeproblematiek.

Sprekers

Frank Vandenbroucke

Frank Vandenbroucke

Professor economisch en sociaal beleid aan de Universiteit van Amsterdam en houder van de leerstoel "Herman Deleeck” aan de Universiteit Antwerpen

Laszlo Andor

Laszlo Andor

Voormalig EU Commissioner voor werkloosheid, sociale zaken en inclusie

Bérénice Storms

Bérénice Storms

Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Stijn Oosterlynck

Stijn Oosterlynck

Directeur Centre for Research on Environmental and Social Change (CRESC), Universiteit Antwerpen

Bea Cantillon

Bea Cantillon

Directeur Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Judith Tobac

Judith Tobac

Beleidsadviseur The Belgium Anti-Poverty Network BAPN

Anne Van Lancker

Anne Van Lancker

Beleidscoördinator, European Minimum Income Network EMIN

Thijs Smeyers

Thijs Smeyers

Coördinator beleid en politiek bij Caritas Vlaanderen & houder van de leerstoel "Social Inclusion and Integration Action Group" van Caritas Europa

Edmond Grace SJ

Edmond Grace SJ

Secretaris "Justice and Ecology", Jesuit European Social Centre (JESC)

Johanna Greiss

Johanna Greiss

Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

Alexandre Lesiw

Alexandre Lesiw

President a.i. Federal Public Planning Service Social Integration PODMI

Herwig Verschueren

Herwig Verschueren

Professor Europees sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksgroep 'Overheid en Recht'

In samenwerking met:

Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck

onderzoekt de sociale ongelijkheid en het verdelingsvraagstuk in de welvaartsstaat

SCRIBANI-netwerk

netwerk van Europese onderzoeks-instellingen en sociale centra die werken rond rechtvaardigheid en de Europese toekomst.

UCSIA

Prinsstraat 14
B-2000 Antwerpen
info@ucsia.be
Tel. +32 (0)3 265 49 60
Fax +32 (0)3 707 09 31